7 tips waarmee je alles uit Google Tag Manager haalt

Datum: januari 26, 2021, Auteur: Mels, Categorie: Data
Google Analytics landkaart op computerscherm

Zowel voor nieuwe als voor bestaande websites is meetbaarheid één van de belangrijkste onderdelen. Want een prachtig design is leuk, maar je wilt natuurlijk wel weten hoeveel dat je dan oplevert. Google Analytics is de meest gebruikte tool om inzicht te krijgen in het gebruik van je website. Maar bij een basisimplementatie van Google Analytics is de data beperkt tot pageviews, sessies en gebruikersstatistieken. Bij Google Analytics 4 is er wel wat meer mogelijk, maar voor de niet-standaard metingen kun je niet om Google Tag Manager heen.

In deze blog krijg je 7 tips waarmee je jouw Google Tag Manager implementatie naar een hoger niveau tilt. We geven je wat basisregels mee en ook wat minder voor de hand liggende tips.

Tip 1: Consistentie, consistentie en consistentie

Wanneer je net begint met Google Tag Manager is je container waarschijnlijk nog redelijk leeg. Je maakt je waarschijnlijk nog niet druk om de benaming van je tags, triggers en variabelen. Het is echter wel heel belangrijk om nu alvast na te denken over een logische structuur voor de benamingen van al die onderdelen. Het laatste wat je wilt, is dat je een niet meer werkende trigger over een paar jaar niet kunt vinden omdat de benaming iets als “nog een trigger (maar nu echt)” is.

Is je trigger een klik op een knop? Neem dan 3 seconden extra tijd om ‘button click’ in de triggernaam te zetten. Geloof ons: je bent jezelf enorm dankbaar over een paar jaar. En voordat we het vergeten: als je een bepaalde structuur hebt bepaald voor de benamingen, is het verstandig om deze ergens te documenteren. Zo kunnen collega’s meewerken aan dezelfde GTM container en blijft het goed gaan met de benamingen.

Geef je containerversies ook logische en eenvoudige namen. Mocht er dan onverhoopt een keer een fout zitten in je container, dan kun je makkelijk terugvinden naar welke versie je je container moet terugdraaien.

Tip 2: Maak gebruik van workspaces en environments

Workspaces en environments zijn misschien wel twee van de meest ondergewaardeerde Google Tag Manager functionaliteiten, als je het ons vraagt. Als je hier nog geen gebruik van maakt, dan wordt dat de hoogste tijd. We leggen je graag uit waarom.

Workspaces in Google Tag Manager

Wanneer je met meer mensen aan één Google Tag Manager container werkt wil je natuurlijk niet in elkaars vaarwater zitten. Dit doe je met werkruimten of workspaces. Als je een werkruimte aanmaakt kun je wijzigingen aan de container doorvoeren zonder dat die invloed hebben op het werk dat iemand anders misschien op hetzelfde moment aan het doen is.

Stel dat jij en een collega tegelijkertijd aan de slag willen in Tag Manager. Je doet er dan goed aan om twee werkruimten aan te maken. Nu kunnen jullie allebei onafhankelijk van elkaar aan het werk. Als de wijzigingen aangemaakt en getest zijn, kun je de container publiceren. Maar in plaats van dat de container nu direct gepubliceerd wordt, krijg je een overzicht te zien van de wijzigingen die in beide werkruimten zijn doorgevoerd. Als die niet met elkaar conflicteren kun je doorgaan met publiceren. Maar wanneer jullie toevallig allebei een wijziging aan dezelfde tag hebben doorgevoerd, krijg je hier een melding van en word je gedwongen om te kiezen voor welk van de twee wijzigingen je gaat. Hiermee voorkom je dus heel simpel dat er wijzigingen worden gedaan die invloed hebben op het werk van de ander.

Environments in Google Tag Manager

Een environment of omgeving in Google Tag Manager is ideaal wanneer je een nieuwe site gaat lanceren en gebruik wilt maken van dezelfde Google Tag Manager container. Als je een environment aanmaakt in GTM krijg je een script dat net wat afwijkt van het standaard Tag Manager implementatiescript. Je implementeert dat script op je staging website. Nu kun je in je bestaande container alvast aan de slag gaan met nieuwe tags en triggers toevoegen en wijzigen voor je nieuwe websiteconfiguratie.

screenshot van environments

Wanneer je klaar bent met testen publiceer je de container net zoals je normaal zou doen bij een update. In het scherm waar je publiceert zul je nu zien dat je de environment waar je naartoe publiceert kunt wijzigen. Je kunt hier nu dus de wijzigingen die je in je container hebt doorgevoerd publiceren naar de environment die ingesteld staat op jouw staging website. De wijzigingen worden nu live gezet op je staging website maar op je live website verandert er niets. Werken alle wijzigingen op je staging website? Dan hoef je bij livegang alleen nog maar de test environment in Tag Manager te publiceren naar de live environment. Hierdoor heb je tot het laatste moment voor livegang dus alle metingen op de oude live website intact gehouden maar heb je wel de volledige nieuwe implementatie kunnen doortesten.

Pro tip: Maak bij het werken met een staging website ook een aparte view hiervoor aan in Google Analytics. Zorg er met filters voor dat hier alleen verkeer op je testomgeving gemeten wordt en sluit je testomgeving uit van je normale Google Analytics view. Hiermee voorkom je vervuiling van je data.

Tip 3: Begrijp de DataLayer

De DataLayer of gegevenslaag is een JavaScript object dat gegevens van jouw website doorgeeft aan een bijbehorende Google Tag Manager container. Met andere woorden: als er informatie vanaf jouw site naar GTM gestuurd moet worden, dan gaat dat via de gegevenslaag. Denk bijvoorbeeld aan transactieprijs, maar ook aan de CSS class van een button die je wilt gebruiken om button clicks te meten.

Een hoop informatie wordt standaard in de DataLayer opgenomen wanneer je de juiste variabelen activeert in Tag Manager. Vroeg of laat ga je waarschijnlijk wel een keer tegen het probleem aanlopen dat je bepaalde data in Google Tag Manager wilt hebben die nog niet beschikbaar is in de DataLayer. In dat geval zul je deze informatie zelf naar de DataLayer moeten sturen. Dit doe je met een zogeheten DataLayer.push code. Je gebruikt dit onder andere bij de implementatie van e-commercetags. Met een DataLayer.push wordt er informatie over het verkochte product, het aantal en de transactieprijs doorgegeven aan Google Tag Manager.

screenshot van de DataLayer

De DataLayer: niet schrikken.

Omdat de DataLayer iets technisch is, denk je waarschijnlijk dat je hier als marketeer niet per se kennis van nodig hebt. Je developer kan dit voor je doen, toch? Die gedachtegang is echter een grote valkuil. Aangezien de DataLayer exclusief door GTM gebruikt wordt, is het niet iets waar veel developers ervaring mee hebben, al zullen ze het principe snel begrijpen. Het is dus aan te raden om zelf te leren hoe je een DataLayer.push schrijft en een developer kunt briefen over de implementatie ervan. Geen zorgen, je hoeft echt geen code te kunnen schrijven om dit te doen. Op internet zijn genoeg voorbeelden te vinden van DataLayer.push codes.

Pro tip: Als je zelf aan de slag gaat met het schrijven van DataLayer.push codes, gebruik dan vooral niet de documentatie van Google zelf. Google’s handleiding gaat uit van een heel specifieke implementatie. Als je de stappen dan iets anders uitvoert loop je het risico alle reeds aanwezige informatie in de dataLayer te verwijderen. De handleiding van Analyticsmania legt dit goed uit.

Tip 4: Begrijp JavaScript

Niet schrikken, je hoeft echt een programmeur te worden en hele lappen code te schrijven. Maar het is wel enorm waardevol als je de basisprincipes achter JavaScript begrijpt en JavaScript kunt lezen. Vooral het herkennen van de verschillende JavaScript Objects zoals Arrays, Objects, Booleans en Numbers gaat je helpen. Waarom is dit zo nuttig? Er zijn enorm veel scripts te vinden op internet waarmee je allemaal superhandige dingen kunt doen in Tag Manager. Maar soms werken die scripts nét niet lekker voor jouw site. Als je dan zelf kunt opsporen waarom het niet werkt en dit kunt aanpassen, voel je je de koning te rijk!

Tip 5: Test. Alles.

Hoe klein je wijziging ook is en hoe vaak je dat type wijziging ook hebt gedaan, test altijd alle wijzigingen die je doorvoert in je container. Een kleine wijziging kan namelijk grote gevolgen hebben wanneer je een fout maakt. Zo kan de verkeerde DataLayer code op de verkeerde plek je hele GTM setup lamleggen. Google heeft de preview modus in oktober 2020 helemaal vernieuwd. Maak daar dus ook gebruik van en zet niets live zonder dat het getest is.

Pro tip:  Als je nieuwe metingen, zoals een ingediend formulier of een klik op een knop, hebt ingesteld, test dan niet alleen of jouw tag wordt geactiveerd bij de actie die je hebt ingesteld. Maar test ook of de tag niet wordt geactiveerd wanneer je bijvoorbeeld op een andere knop drukt, of het formulier niet volledig hebt ingevuld en dus een foutmelding krijgt.

Tip 6: Implementeer een cookiemelding

Sinds de komst van de AVG/GDPR in 2018 ben je verplicht om bezoekers toestemming te vragen voor het plaatsen van bepaalde cookies. Wil je bijvoorbeeld gebruikersstatistieken verzamelen om in te zetten voor remarketing? Dan moeten bezoekers eerst toestemming geven voor het plaatsen van deze cookies. Er zijn veel partijen die tools aanbieden waarmee je jouw site helemaal GDPR-compliant kunt maken. Zelf zijn we fan van Cookiebot. Hiermee kun je eenvoudig een cookiemelding op je site implementeren. Met de Cookiebot template in Google Tag Manager kun je vervolgens al je bestaande tags en triggers zo inrichten dat ze pas geactiveerd worden wanneer een bezoeker de juiste toestemming heeft gegeven.

screenshot van de cookiemelding van DoubleSmart

Heb je hulp nodig met het implementeren van Cookiebot? Neem contact met ons op!

Tip 7: Maak gebruik van community templates

And last but not least, maak gebruik van de community templates in Google Tag Manager. Sinds mei 2019 kan iedereen met de juiste technische kennis templates maken om te gebruiken in Google Tag Manager. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een template voor een tag waarmee je eenvoudig de Facebook Pixel kunt plaatsen zonder dat dit met een custom html tag moet. Dat is een stuk gebruiksvriendelijker en minder foutgevoelig. Veel aanbieders van third party software hebben inmiddels templates voor tags en variabelen gemaakt, zodat je hun tools eenvoudiger in je site kunt integreren.

Hulp nodig met Google Tag Manager?

Google Tag Manager kan een hoop, een hele hoop zelfs. Logisch dus als je door de bomen het bos niet meer ziet. Weet je niet waar je moet beginnen met GTM? Dan kunnen wij je wel helpen! We kunnen de volledige inrichting van je meetbaarheid voor je uit handen nemen of je ondersteunen in het proces. Je kunt altijd vrijblijvend contact met ons opnemen om de mogelijkheden eens door te spreken. We horen graag van je!

7 tips waarmee je alles uit Google Tag Manager haalt 7 tips waarmee je alles uit Google Tag Manager haalt 2021-01-26
DoubleSmart
DoubleSmart Mels

Auteur

Mels

Behoeft eigenlijk geen introductie, want is bekend van tv (je weet wel, de Achmea Kennisquiz van 2007!). Heeft zijn roeping als duikinstructeur gemist, dus neemt in zijn rol als SEO-specialist ter compensatie dagelijks een frisse dataduik hier op kantoor. Duikelt dan graag groene cijfers op, want is gek op dingen vieren.